Enige tijd geleden zat ik een aantal dagen in eenzelfde spreekkamer; B315. Daar voerde ik gesprekken met alle teamleden. Tussen de gesprekken in, liet ik de deur helemaal open staan om zodoende wat te ‘luchten’ (buitenramen had deze kamer niet).
Tijdens een van deze ‘luchtmomenten’ zat ik mijn aantekeningen door te lezen toen ik vanuit mijn ooghoek een beweging zag op de gang. Er stond een man achter een grote kar. Hij hing daar zo’n beetje over heen en staarde eigenlijk ongegeneerd mijn kant op. Ik voelde mij daar wel wat ongemakkelijk bij, maar ging door met mijn werk.
Nét toen ik dacht ‘ik ga vragen of het wel goed gaat met hem’, kwam hij de kamer binnen. Binnen gestormd eigenlijk. Hij maakte ‘n soort duikvlucht over de punt van de tafel, lag er helemaal overheen en zette zijn elleboog onder zijn kin en had zijn gezicht vlák voor dat van mij.
“Wat kost ‘n fles rum“, zei hij op een hele harde en rauwe toon. Wát? Ik was even helemaal de weg kwijt. Ik was ook eerlijk gezegd echt wel geschrokken. Daar kwam een vreemde man de kamer binnen gevlogen, lag half over de tafel en héél dicht bij me en ik kon geen kant op!
… Totdat ik goed in zijn gezicht keek, toen zag ik het: deze man is anders, dit is niet ‘zomaar’ een medewerker, dit is een bijzondere medewerker.
“Nou, wat kost ‘n fles rum“, weer op dezelfde barse toon. Tjonge, eerst al de ‘overval’ en dan zo’n vraag. Die vraag had ik al helemaal niet verwacht in die setting. Meer een vraag voor in een kroeg of in de supermarkt of zo.
“Dat weet ik niet“, zei ik hem, “ik drink geen rum“. “Wat denk je dat ‘n fles kost? Of Kahlua of Pisang Ambon. Nou?!” “Pfff, ik denk rond de 20 euro of zoiets”, zei ik. “Ja, 23 euro. Dat kán toch niet! Hoe komen die kinderen aan dat geld?! Elke week ligt het hok vol met lege flessen. Dat moeten die ouders toch weten?!” Ik had werkelijk géén idee waar dit gesprek over ging of waar het naar toe moest.
Plotseling zei de bijzondere medewerker: “Ja, ja, ik praat vaak met hem.” en hij wees met zijn vinger naar het plafond. Alweer een raadsel. Met wie praat hij? Wie bedoelt hij? Iemand hier boven in het gebouw, of …. iemand nóg meer ‘boven’. Ik vroeg het hem.
“Mijn broer, ja, mij broer. Zat samen met een vriend en vriendin in de auto toen een dronkelap ze aanreed.”. Zijn verdrietige blik zei genoeg. Voor mij vielen alle stukjes van de puzzel ineens op hun plek. Deze man ruimt wekelijks de lege drankflessen op van jeugd die de flessen laat slingeren op een hangplek. En elke week herinneren die lege flessen hem aan de wijze waarop zijn broer is overleden. Allemachtig, wat een heftige ontboezeming.
Ik was geraakt, wat kun je dan nog meer zeggen dan dat je hem begrijpt, het heel erg voor hem vindt en hoopt dat hij ooit minder pijn zal voelen bij dit grote verlies. Met tranen in zijn ogen zei hij “bedankt”, het kwam uit de grond van zijn hart.
Ik moest verder met de volgende afspraak, de bijzondere man ging weg. Meer dan ooit was ik mij bewust van wat AANDACHT voor iemand kan betekenen. Ik had even nodig voordat ik mij met aandacht op het volgende gesprek kon richten…
is er doorgaans te weinig echt aandacht voor elkaar. Ik wens iedereen in 2012 veel AANDACHT en (daardoor) veel kleurrijke ontmoetingen!

Weer mooi geschreven